Bouwen in Cambodja, meer dan een schaafwondje

‘Huizen bouwen in Cambodja’. We hadden de verhalen van eerdere reizen gehoord, de foto’s gezien. Twee dagen zelf bouwen, en verder de kans om het land, zijn inwoners, zijn wonderen en zijn wonden te zien en beter te begrijpen. In ieder geval meer dan een gewone vakantie. En vanuit mijn bedrijf kon ik zo’n huisje en wat waterputten sponsoren. Wat nog een beetje vreemd voelde was het hoofdbestanddeel van de reis: dat bouwen. Wat verbeeldde ik me dat ik met m’n Gamma-kennis daar moest laten zien hoe dat dan moest? Konden ze dat zelf niet dan? Het waarom intrigeerde. We gingen.   

Tussenstop Singapore – met een boeiende rondleiding van expat Sami, een kennis via onder andere de Federatie Broekpolder – was een architectonisch hoogtepunt. Ook letterlijk. Vierkante meters zijn er onbetaalbaar, kubieke meters lijken gratis. Waarom zo hoog? Omdat het kan, en omdat het geld gezien moet worden. Omdat arbeid niets kost, en de nanny er zeven dagen per week werkt. Dus was daarna het kleine vliegveldje van Siem Reap – hoe schitterend Singapore ook was – een soort geruststellend. Menselijke maat.

‘Just like that’
We zouden eerst een paar dagen rondreizen door Cambodja, beetje wennen, en daarna aan het werk. En wennen was het. Ik was een dag na Singapore net aan het besluiten dat de door spung trees overgroeide Ta Prohm-tempel in Angkor – bekend van ‘Tomb Raider’ - de mooiste plek op aarde was toen daar één van onze reisgenoten, middenin een gesprek, overleed. “Just like that”, zou fezkomiek Tommy Cooper gezegd hebben, zijn stopwoordjes, die hij waarschijnlijk ook gebruikt zou hebben wanneer hij over zijn eigen plotselinge podiumdood zou hebben verteld. Maar onze reisgenoot had het eigenlijk alleen een beetje warm gehad. En het was niet eens zó warm of zó zwaar geweest. Wat doe je dan, wat denk je dan, hoe kijk je elkaar als bouwteam dan in de ogen? Doorgaan of terug naar huis? Ik – toevallig, ik - vergezelde toen al de zoon naar het ziekenhuis, met de baar in de ambulance – genoeg verplegers, maar geen apparatuur – en we deden de telefoontjes. ANWB, repatriëring, familie, politie en verklaringen. Alsof zaken gewoon zaken zijn.

En we gingen niet naar huis. Nog lang niet, nog lang niet. Want we waren er, en terwijl ik het schrijf klinkt het hoogdravender dan we het voelden, met een missie. Door de tranen heen. En we zagen ook de tranen van Cambodja, in de woorden van onze gids die feitelijk zijn familietragedie vertelde. Tranen om de totaal verdwenen middenklasse, omdat Pol Pot alleen boeren en rijst wilde. Om het feit dat een kwart van de bevolking in de jaren ’70 (ook ónze na-flowerpowerende jaren ’70!) was uitgemoord en gemarteld, hetgeen betekende dat iedereen boven de 40 die we ontmoet hebben, ofwel slachtoffer ofwel dader van de Rode Khmer was geweest. Maar, waar wij 60 jaar na ‘de oorlog’ (hoezo ‘de’?) nog steeds achter daders aanzitten, bestond Cambodja het om met één intelligente twist of mind IEDEREEN tot slachtoffer te bestempelen, de aanvoerders te vervolgen en toch maar te beginnen met weer samenleven. Dat is nog eens Boeddhisme. Wat weer haaks staat op hoe de huidige Europese concentratiekampen symbolen zijn geworden, waar de dood slechts als herinnering aanwezig is, terwijl op de Killing Fields de botten en botjes steeds opnieuw bovengronds komen na een regenbui. En je legt ze dus maar op de vitrines als je er weer eens over één struikelt.

Uitzicht
Voor mij als onervaren reiziger was vooral de uitzichtloosheid schokkend. Mensen op drijvende huisjes, mijlen vergezicht over het water maar nooit de kans om verder te komen dan je bootje en de lengte van je hengel. Of de mensen waar wij zouden gaan bouwen: een palmbladeren hut, een magere koe, en zeker weten dat een regenbui je spullen komt wegspoelen. Dus je gaat maar zitten, en laat het zo. Totdat een zekere Janne – geboren in Drenthe opgegroeid in Canada – besloot het NIET zo te laten. Zij, wetend dat helpen niet zou helpen, zette een minispaarsysteem op. Zodat die mensen een klein bedragje kunnen sparen, en zo met een groter bedrag van een sponsor een veilig huis kunnen bouwen. Haar toespraak zou ontroerend zijn, vertelden de (top!)organisatoren Cor en Giulo, dus ik zat al klaar om daar met al mijn beroepsdeformatie wat van te vinden. Maar haar relaas WAS raak, omdat ze alle misverstanden over ‘helpen’ en ‘geven’ van voorbeelden wist te voorzien. “Geef ze geen cadeautjes, want dan doe je een ander tekort, ontstaat er ellende en kan ik het gaan oplossen. Til geen baby op, want dan is  ‘ie van jou. Ze zijn gewend dat ze het kind moeten afstaan, als tegenprestatie.” Haar naaste assistente was als zevenjarige verantwoordelijk geweest voor 60 baby’s, gevangenen van de Rode Khmer. Ze had ze niet kunnen redden. Ze werden gedood omdat ze huilden, of ze gingen gewoon dood. “I’m bad”, was haar conclusie over haar falen. Al wist ze verstandelijk dat ze kansloos was geweest, omdat haar falen voorbestemd was, omdat de Rode Khmer uit principe alle kinderen van ‘spionnen’ anders toch tegen een boom doodsloegen – ze zouden eens wraak kunnen nemen als ze ouder werden. En eindelijk begreep ik waarom wij huizen gingen bouwen.

Allemaal tobbers
En we gingen huizen bouwen. Dat wil zeggen - we gingen de huisjes afmaken: platen bevestigen en vloeren timmeren. En vooral – we gingen laten zien dat de Khmer (het woord betekent ‘mensen’) ons zweet waard waren, evenals ons respect en uiteindelijk indirect wat geld. Dus, we hielpen ieder gezin met timmeren, gingen samen met hen de ladders op en zagen dat ze er veel handiger in waren dan wij. En zij zagen dat ook, we keken elkaar eens aan en we lachten er samen om. Allebei tobbers, ieder op zijn eigen manier. En we zagen een dag later, als we terugkwamen voor een volgend huisje, dat deze mensen ineens met hun toekomst waren begonnen in plaats van met weer een zelfde zinloze dag. En weer een dag later bezochten we een dorp waar de woningen een jaar klaar waren, en zagen we dat deze mensen een bedrijfje hadden opgebouwd, of een echte boerderij. Omdat ze de oogst en hun gereedschap nu droog konden houden. Een heel dorp een sociale salarisschaal omhoog.    

Kortom – huizen bouwen in Cambodja, pijn doet het wel. Met een alleen een mentaal schaafwondje kom je er niet vanaf. Heeft het zin? Als er zoiets is als maakbaarheid, dan is het nu, daar. Als er ook maar één gezin is waar ze ’s avonds na een dag hard werken nog wel eens aan elkaar vertellen over die onhandige blanken, die eigenlijk best bang waren boven aan die ladder, en ook maar gewone mensen waren, dan hebben wij iets nuttigs gedaan.

Remus Aussen, The Orange Wave, 2013



Angkor Thom
Angkor Thom



site/cms BY TWEED.NL pprzz® website

sitemap Stichting Toetssteen

kernwoorden

Stichting Toetssteen
steentje bijdragen
ANBI-erkend
Cambodja
huizen bouwen voor de allerarmsten
Janne Ritskes
Annette Fuller Weimar
Giulio Tomaello
Cor Hoogeveen
Raimon Veen
Marcel Straver
draaiboek huizen bouwen
waterreservoirs
ziekenhuis
Nokor Tep Hospital for Women
Janne’s blog
 
Deze website wordt onderhouden met cms pprzz® een product van ontwerpbureau TWEED in Vinkeveen